Annie’s interview

Annemarie beantwoord persoonlijke vragen gesteld door journalist Ton Broekhuisen van het gratis dagblad Metro

Zeven jaar geleden werd je geconfronteerd met lichamelijke tegenspoed. Diagnose: rechter oog blind en linker oog kokervisie. Is dat ook de actuele situatie?
Ja, dat is en blijft hetzelfde. Ik zal het daar de rest van mijn leven mee moeten doen.

Wat houdt het concreet in? Wat zie wél? Wat zie je níet?
Ik zie bijvoorbeeld geen dieptes. Trappen naar beneden zijn daardoor heel lastig. Op straat zie ik zowel van links als van rechts niets aankomen. Met voorwerpen die ver van me af staan, heb ik minder moeite dan met voorwerpen die dichtbij me zijn. Daar kijk ik namelijk grotendeels overheen. Ik heb eigenlijk een heel grote dode hoek. Ook naar beneden kijken, lukt slecht. Dus bijvoorbeeld stoepranden zijn lastig.

Welke attributen gebruik je ter compensatie?
Ik heb een rood-witte stok. En op mijn computer is een programma geïnstalleerd dat alles uitspreekt en voorleest. Ik zou met mijn linker oog nog wel wat kunnen lezen maar doordat dat me heel veel energie kost, houd ik het maar kort vol.

Wordt er rekening met je visuele handicap gehouden?
Absoluut. De mensen zijn erg hulpvaardig. Echt iedereen toont respect. Er wordt voor me opgestaan in de tram. En ik word geholpen bij het in- en uitstappen. Als ik even om me heen sta te kijken, komen mensen me al vragen of ze iets voor me kunnen betekenen. Heel lief, ja.

Huh, kan ik die stok niet af en toe van je lenen?
Zo’n stok verschaft je inderdaad de nodige privileges. Maar wees jij nu maar vooral blij dat je daar geen aanspraken op hoeft te maken. Gekkie.

Welke vertraging is er in je oorspronkelijke scenario opgetreden?
De meeste modestudenten kunnen aan de slag bij hun stagebedrijf. Voor mij viel die mogelijkheid af. Ook mijn bijverdiensten als barmedewerkster en schoonmaakster vielen weg. Ik heb nu een Wajong-uitkering. Op dinsdagen geef ik naailessen in een activiteitencentrum.

Wat is je droomscenario?
Toch wel dat ik mijn eigen ontwerpen op de markt kan brengen. Vervaardigd door anderen, maar onder mijn regie. Ik loop ook met plannen voor een webshop waarin ik mijn eigen kledinglijn aan kan bieden. Moeilijkheid is wel dat ik niet in staat ben om massaproductie te leveren. In mijn geval moet het om unieke exemplaren gaan.

Waar hebben blinden / slechtzienden behoefte aan? Wat ontbreekt er nog?
Heel veel dingen zijn niet overzichtelijk. Zelfs een geleidepad wordt niet altijd vrij gehouden. Dan staan ‘goedzienden’ er op hun gemak een praatje op te houden. Een mevrouw dacht zelfs dat het geleidepad er is om makkelijker met naaldhakken te kunnen lopen! Belangrijk is dat er begrip wordt gekweekt voor waar slechtzienden mee te maken hebben. Mensen zouden ook moeten beseffen dat er graduaties in slechtziendheid zijn. Ik kan bijvoorbeeld wel sms’en. Maar merk dat dit wrevel oproept omdat ik tóch met een stok loop. Maar het één heeft niets met het ander te maken. Iemand met een stok is niet per se volledig blind. En hulpbehoevend. Er moet dus meer gecommuniceerd worden. Als mensen twijfelen, laat ze het dan even vragen!

Waarom is de campagne Kan Niets Zien hard nodig?
De centrale boodschap van deze campagne is dat blinden en slechtzienden gewoon onderdeel uitmaken van de maatschappij. Ondanks het feit dat we niet of minder zien. En dat we niet allemaal (volledig) mee kunnen doen aan het arbeidsproces. We kunnen zoveel WEL. We horen er dus gewoon én volwaardig bij.